11 Januari: (op weg naar) Valladolid

Vandaag gaan we het binnenland in, richting Chichén Itzá, zo'n tweehonderd kilometer van Puerto Maroma vandaan. De weg, gedeeltelijk tol, is helemaal niet slecht, zeker de eerste zeventig kilometer is prima. Daarna verlaten we de tolweg en nemen de "libre" richting Valladolid.

We gaan dwars door de jungle en zo af en toe komen we een dorp of stadje tegen. Dat is wel uitkijken vanwege de vele en gemene verkeersdrempels. Ze noemen ze "topes" en bij de meeste staat een bordje. Je kunt duidelijk zien dat er de nodige onderkanten van auto's geruïneerd zijn hier.

Even na elf uur arriveren we in Valladolid, een oude koloniale stad van zo'n vijftigduizend inwoners met kleurige huizen en patio's.

 

Op de plaza mayor zit een Mexicaan met een mooie kop voor zich uit te staren.

 

Op hetzelfde plein staat de honderdvijftig jaar oude Santa Ana kerk.

 

Ook in Valladolid, een kilometer verderop, staat de San Bernardino Sisal, de oudste kerk van Yucatán.

 

Met binnenin een mooie fresco.

 

Nee, dit is geen bbq voor Jezus, al lijkt het er verdacht veel op. Bij nadere bestudering blijkt dat er kaarsen in de bakken worden gebrand.

 

We rijden verder, op zoek naar een hotel in de buurt van Chichén Itzá. Voor één van de hotels, die het niet gaat worden, komen we deze leguaan met afgehakte staart tegen. Ze kunnen zo mooi stilstaan...

 

Het wordt Dolores Alba, op zo'n drie kilometer van Chichén Itzá. Prima en goedkoop. Naast het zwembad staat een Maya sculptuur met bovenop een leguaan. Je ziet hem bijna niet omdat hij dezelfde kleur heeft als de steen waar hij op zit, maar hij is wel degelijk echt.

 

Opeens komt uit het niets een groep zwarte vogels even een drankje doen aan het zwembad.

Klik hier voor het vervolg, Chichén Itzá

 

 

 

 

  over ons
contact
 
cookies
privacy
 
bijgewerkt
03-06-2020