27 Januari: Peninsula Nicoya-Sámara

We besluiten de kustweg te nemen naar Playa Sámara. Eigenlijk zit er weinig anders op, het alternatief is een gigantisch eind om en dan ook met de nodige onverharde wegen. Maar om nou te zeggen dat het meevalt, nee. Hotsend, botsend en enorme stofwolken achterlatend begeven we ons over de soms uiterst smalle wegen.

Soms houdt de weg gewoon even op...

 

 

Mar moet af en toe er uit om de levende peilstok te gaan spelen. Dat doet ze goed met de rokken hoog opgeheven. Peet weet dat als het water maar onder de knieën blijft er niks aan de hand is. Dit theaterstuk herhalen we nog een keer of drie.

 

Ergens halverwege raakt de weg de kust. Het heet hier Playa Coyote en het is wonderschoon. Mooie plek om ffff een bakkie te doen.

 

Sámara blijkt nou niet direct een ongerept authentiek vissersplaatsje te zijn. Eerder gewoon een toeristische trekpleister waar je struikelt over de Amerikanen. De lodges zijn hier zwaar overprijsd en de hoteliers niet allemaal even vriendelijk. Bovendien zitten de meesten al helemaal tjokvol. Uiteindelijk landen we een eind buiten het dorp bij een Costaricaanse nicht die achter de receptie staat van Sol Samara. Een prima deal en we zitten maar tweehonderd meter van een redelijk verlaten strand vandaan.

Wel makkelijk dat we het dorp in de buurt hebben. 's-Avonds gaan we op het strand eten bij El Lagarto, erg goed!

 

28 Januari: Junquillal

Voor we vandaag gaan rijden besluiten we dat het een goed plan is om nog even op het strand te gaan liggen. Dit is ons uitzicht, een fraai eilandje voor de kust.

 

Na een minuut of tien is het uit met de pret. Peet slaakt een ijselijke kreet en schiet overeind. Het blijkt dat deze tien centimeter grote rakker hem in zijn buik heeft gestoken/gebeten. Dat doet zeer!

 

We rennen terug naar het hotel. Daar worden we gerust gesteld, het is niet dodelijk, alleen maar pijnlijk. Wel even waarschuwen als je het benauwd krijgt en een gevoelloze tong, want dan ben je allergisch en kan je beter naar het ziekenhuis.

Nu de strandpret voorbij is gaan we maar op pad. Een antihistaminepil in je mik en karren maar. Het gif voel je in je lijf, tintelende lippen, licht in het hoofd en een pijnlijke plek.

Onderweg komen we deze vriendelijke vriend op ons pad tegen. Hij is van kop tot staart zeker zeventig centimeter en kijkt stoer naar ons.

 

Als we de auto uitstappen voor een foto kiest hij snel het hazenpad.

 

In Junquillal hebben we voor de komende twee nachten de Perzische kamer gereserveerd in de Milo Mundi Lodge. Het Nederlands stel heeft de lodge zelf gebouwd. Erg sfeervol! Hier willen we best wel de komende twee nachten doorbrengen...

 

Tegen een uur of vijf lopen we driehonderd meter naar het vrijwel verlaten zwarte/grijze strand. Het strand hier is ongeveer twee kilometer lang. Het is woest en mooi. Er staan een paar bankjes om te mijmeren en de zonsondergang te bekijken.

Klik hier voor het vervolg, Peninsula Nicoya-Avellana

 

 

 

 

  over ons
contact
 
cookies
privacy
 
bijgewerkt
04-06-2020