6 januari met het vliegtuig naar Hanoi
Vroeg in de ochtend vertrekken we met het vliegtuig van 8.00 uur naar Hanoi. De captain had er zin in, we vertrokken 20 minuten te vroeg. Dat kan hier allemaal.
Na wat formaliteiten bij de douane kregen we ons visum en konden we het land in. Na dat uurtje vliegen heb je geen jetlag, dus zijn we meteen op pad gegaan te voet de stad in.

Hanoi ligt aan drie rivieren, waarvan de grootste de rode rivier is. Water genoeg hier, er zijn een aantal meren in de stad. Dat geeft de stad een beetje lucht. De eerste twee meren die we tegenkomen zijn het Truc Bac meer en het Westmeer, het grootste van Hanoi (5,8 km2).
Op een klein eilandje in het Westmeer staat de oudste pagode van Hanoi, de Tran Quoc Pagode. Na drie landen met Wats is het wel even wennen aan pagodes.



Pagodes zien er erg Chinees uit voor ons. En natuurlijk branden ze hier wierrook.



Binnenin de pagode wordt gebeden.



Op het plein achter de pagode staat een kostbaar geschenk van de president van India: een stekje van de originele Boddhi boom waaronder Boeddha "de geest heeft gekregen". Hij is al aardig gegroeid.



Na de Tran Quoc op naar het mausoleum van "oom Ho". In dit mausoleum ligt zijn gebalsemde lichaam (en dat terwijl hij zelf gecremeerd wilde worden) en dit is een bedevaartplaats voor de Vietnamezen. Op het gigantische plein voor het mausoleum is plaats voor een kwart miljoen mensen.



Helaas waren we net te laat en was het mausoleum al gesloten en ook de volgende dag was het dicht. Wel hebben we het wisselen van de wacht kunnen zien.



Na de lunch daar in de buurt lopen we verder richting oude stad. We passeren een spoorwegovergang. De trein maakt voor sommigen echt deel uit van het dagelijks leven.



Bij de "pagode van de Jadeberg" (Ngoc-Son) zitten oude mannetjes het spel "Choi-Go" te spelen.




Klik hier voor het vervolg, meer Hanoi.