8 December: Parque National Lauca

Adembenemend. Dat is Parque National Lauca. Letterlijk en figuurlijk. Vanaf Putre, dat al op 3500 meter ligt, gaat de weg rap verder omhoog. Lauca ligt grotendeels boven de 4500 meter. Veel groeit hier niet meer. Je zou het niet zeggen, maar we zitten toch in subtropisch gebied. Er moet dan ook veel gesmeerd worden.

De berg- en vulkaantoppen zijn bedekt met eeuwige sneeuw. Door het smeltwater kunnen hier toch, ondanks de spaarzame begroeiing nog aardig wat diersoorten leven. Wat er groeit is voornamelijk mosachtig. We zien niet alle inwoners van Lauca, wel de zeldzame Darwin Nandu, een soort struisvogel.

En natuurlijk de "nimble footed Vicuňa". Van de vacht van deze Bambi's worden veel truien gefabriceerd. De Inca koningen wilden niets anders dragen dan Vicuňa mantels.

Op de achtergrond twee vulkanen, de Parinacota en Pomerape.

Er is hier ook een soort konijn met een hele lange staart, de Viscacha.

We gaan al hoger en hoger tot we bij het Lago Chungara zijn. Dit is een van de hoogst gelegen meren ter wereld.

Wij snakken inmiddels naar adem en houden ons op de been met een soort thee, gemaakt van Aymara kruiden, Chachacoma genaamd. Maar ondanks dat is het hijgen bij elke pas.

We duiken van de weg af en nemen een dirt road naar beneden aan het meer. Daar besluipen we de Flamingo's en nemen een close-up (geen Photoshop).

Wat later komen we aan bij de grens met Bolivia. Daar staan de vrachtwagens in de rij om Chili binnen te mogen komen. Bolivia heeft geen zeehaven, daar hebben de Chilenen een kleine eeuw geleden voor gezorgd. Op de voorgrond spiegelen de Flamingo's zich in het kristalheldere water.

We rijden terug richting Putre. In Lauca is er niet alleen een vulkaan, maar ook een gehucht met de naam Parinacota. Er is hier werkelijk helemaal niets te beleven. Wel een mooi spierwit kerkje uit de 17e eeuw, gemaakt van klei.

Een Aymara vrouwtje breit de zoveelste wollen muts op een soort houten saté pennen.  

Terug in Putre storten we in. Eeind van de middag laten we het zuurstofgehalte van ons bloed meten. Het blijkt nog reuze mee te vallen. Peet 91, Mar 87. Het kan ermee door, we hoeven niet de zuurstoftent in.

Klik hier voor het vervolg, Salar de Surire