29 december Met het vliegtuig naar Luang Prabang
Aan het eind van een dagje lekker slenteren door Vientiane, lunchen en rond het zwembad hangen staat om 15.30 de taxi naar het vliegveld voor het hotel.
Het gedienstige personeel heeft onze koffers al van ons overgenomen en we stappen in de taxi. Na een ritje van 15 minuten in die oude brik komen we aan op Wattay airport. We stappen uit, openen de kofferbak en...niets, geen koffers niks. We proberen de chauffeur duidelijk te maken dat ie als de bliksem terug naar het hotel moet, maar dat valt niet mee als je geen Lao spreekt. Uiteindelijk verdwijnt hij en komt een half uur later terug MET de koffers, pffff. We hebben nog 35 minuten voor het toestel vertrekt, net op tijd.
Bij het boarden blijkt pas dat we niet mee mogen. Zonder iets te hebben verteld heeft Lao Airlines onze plaatsen weggegeven en ons op de volgende vlucht gezet. Deze vlucht staat een uurtje later gepland, dat valt dus wel mee. De passagiers wachten in de hal en de crew zit gehurkt voor het vliegtuig. Er gebeurd verder helemaal niets, de piloot komt niet opdagen. We wachten en wachten en uiteindelijk, 45 minuten na gepland vertrek, komt de man op zijn gemak aanwandelen, loopt dwars door de vertrekhal langs alle passagiers op het toestel af, geeft een zwieper aan een propeller en gebaart aan de crew dat het spel kan beginnen: We kunnen boarden.
Moraal? Maak je niet druk, eens kom je er wel.

Pas de volgende dag zien we iets van Luang Prabang. Een sfeervolle oude stad, die helaas barst van de toeristen. Daardoor laat deze vrouw zich de kaas niet van het brood eten.



In Luang Prabang merk je wel duidelijk, in tegenstelling tot Cambodja, dat men beseft dat je het vuilnis niet zomaar langs de kant van de weg moet mikken. Dagelijks komt de vuilniswagen langs.



Ook zie je langs de Mekongrivier overal deze grappige vuilnisbakken staan. Waarvan ze gemaakt zijn? Scroll maar naar beneden voor het goede antwoord.



Nee, ze zijn niet van steen, niet van hout, maar van...oude autobanden...ook het onderstel en de deksel!

Luang Prabang is een stad met veel Wats, tempels dus. Overal zie je monniken lopen in knaloranje kledij. Ze willen best wel op de foto en zijn altijd te porren voor een praatje, al komen ze meestal niet verder dan "Whatsyourname", "Whereareyoufrom" en "Doyoulikelaos".



Op de zijkant van een van de vele Wats staat de levensboom van Boeddha afgebeeld.



Midden in Luang Prabang staat de Wat Phu Si. De Wat staat op een heuvel en je moet 328 traptreden omhoog voor je er bent. Boven gekomen heb je een geweldig uitzicht over de stad, alleen toen wij er waren was het behoorlijk bewolkt. Geen foto :-(. De weg naar boven wordt steeds afgewisseld door allerhande kleine wats, stupa's en beelden. Nu eens een liggende Boeddha.



Onderaan de heuvel ligt het Nationale Museum. Luang Prabang is tot aan de revolutie in 1975 een van de drie koninkrijken geweest die tesamen Laos vormden. Het standbeeld van de laatste koning, Sisavangvong, heeft op de een of andere manier de beeldenstorm van de communisten overleefd. Wellicht omdat ie een beetje op vadertje Stalin leek?



De straat waarin het Nationale Museum ligt is DE toeristenstraat van de stad. Elke middag komen hier honderden Laotianen met Tuck-Tucks naar toe, beladen met koopwaar. Er is een keur van zijden lappen, hoedjes, lampen en boeddhabeeldjes te koop. Veel van de koopvrouwen behoren tot de Hmong en komen uit de bergen. Net toen Peet de foto maakte vertrok deze vrouw haar gezicht. Ze konden zelf smakelijk om het resultaat lachen.




Klik hier voor het vervolg, Luang Prabang en omgeving.