3 December: Bellingen

Ook vandaag houden we het niet helemaal droog. En omdat de luchtvochtigheid dik boven de 80% zit is het zwaar. Na een kleine wandeling door het dorpje Bellingen zijn we al helemaal doorweekt van het zweet.

Bellingen is een mooi plaatsje met een aantal historische gebouwen. Deze dateert van ruim 100 jaar geleden.

En ook het Federal Hotel is niet recentelijk gebouwd.

We besluiten om landinwaarts te rijden en naar het Dorrigo National park te gaan. Ook weer werelderfgoed. Dit regenwoud ligt op de scheidslijn van wat eens Gondwana was. De weg kronkelt zich steeds hoger en hoger en langzamerhand zijn we letterlijk in de wolken beland. Jammer, er is hier een mooie skywalk op boomtophoogte van waaruit je bij goed weer de oceaan kunt zien. Nu dus even niet.

Er is ook nog een pad dat op grondniveau loopt en vanwaar je de bomen van onderaf kunt bekijken. Je ziet iets meer, het is een spookachtig gezicht.

Na het Dorigo gaan we op hoop van zegen richting de kust. Wie weet breidt het stukje blauwe lucht zich wel uit en wordt het nog zonnig vandaag. We blijken nu echt in Kangaroeland te zitten. Overal waar je kijkt zie je ze springen, lopen en staan. En er zijn macho's bij....

Het is niet al te ver naar de kust. Daar treffen we een prachtig verlaten strand aan, Hungry Heads.

Helaas kunnen we de badspullen niet uit de tas halen. Het begint ook hier te regenen. We schuilen onder een afdakje..

Na een poosje houden we het strand voor gezien. Nee, het wordt geen lekker weer vandaag. Nog maar een Kangaroe, nu met baby, op de foto gezet.

4 December: Hunter Valley

Van Bellingen is het een dikke 400 kilometer naar Rothbury in de Hunter Valley. Hier is een gemiddelde van 75 per uur al heel wat, dus rekenen we op een uurtje of zes.

We hadden wat de wegen betreft een totaal ander beeld van AustraliŽ. Omdat de afstanden zo groot zijn verwacht je iets a la de Franse tolwegen, maar niets is minder waar. De M1 loopt langs de hele westkust. In Queensland noemen ze deze weg de Bruce Highway en in New South Wales heet hij de Pacific Highway. Maar om dit nu een Highway te noemen? Eerder een soort Route National die af en toe dwars door dorpen en steden gaat. Het grootste gedeelte is meer een verhard karrepad, zeker de Bruce.

Vandaag hebben we echter geluk en treffen zowaar een heel stuk vierbaansweg aan. Dat scheelt ons een uur rijden. Tegen een uur of half twee rijden we de vallei binnen. De Hunter Valley is het oudste wijngebied van AustraliŽ. Snobisme is hier niet vreemd. Als we een biertje zoeken in een bottle shop roept de omhoog gevallen uitbaatster "this is WINE country". De prijzen van de wijnen liegen er overigens niet om. We zien dan ook weinig reden om een proeverij te bezoeken.

Omdat de vallei niet al te ver (<200 kilometer) van Sydney ligt is dit de ideale weekendbestemming voor de te rijke inwoners van de grote stad. De guide zegt hierover: "Every Friday they descend like a plague of Ralph Lauren-Polo-shirt-wearing locusts". 

Omdat het vandaag dinsdag is hebben we daar geen last van. Sterker nog, er is niet een van de zes kamers bezet van de Sovereign Hill Country Lodge als we daar aankomen. We betrekken de kamer en zien vanuit de veranda dat het goed is.

Deze lodge annex wijngaard is een jaar geleden gekocht door Ken en zijn vrouw Shannon. Ken is een gepensioneerde rechercheur Arglistig die vroeger drugsboeven moest opsporen in Sydney. 

De meest eetgelegenheden zijn door de week dicht, maar bij Vittorio's is het dinsdag pizza/pasta evening. Daar hebben we wel zin in.

Klik hier voor het vervolg,van Hunter Valley naar Blue Mountains