16 Januari: Elliot

Onze mening over Lesotho blijft ook na een paar dagen niet al te enthousiast. De natuur en het landschap zijn karig bedeeld. Het lijkt op een oneindige hoogvlakte met wat heuvels erin.

Ook de rit naar het zuiden is aardig, maar niet geweldig mooi. We stoppen eigenlijk alleen maar om te tanken. Brian had ons de tip gegeven dat de benzine hier 20 cent per liter goedkoper is dan in Zuid Afrika en als rechtgeaarde Hollander pak je dit voordeeltje mee. 35 liter loodvrij voor €26. Kom daar maar eens om in Nederland.

Na een kleine 200 km gereden te hebben komen we bij de grenspost die Telebridge heet. De Lesotho overgang kost ons 3 minuten, maar dan moeten ook wij in de rij voor de Zuid Afrikaanse grens. Er is maar één (moddervette) dame die zowel de inkomende als de uitgaande rij moet zien weg te werken. Om de beurt doet ze dat en zo duurt het een dik half uur voor we aan de beurt zijn.

De zon brand meedogenloos als we staan te wachten.  

Aanvankelijk wilden we een mooie lodge opzoeken in Lady Grey, maar omdat we toch vrij vroeg zijn en we de dag erna ook een flink stuk willen rijden karren we door naar Elliot, diep het land in.

Hier wonen nogal wat witte boeren te midden van de zwarte bevolking. Er zijn wel wat B&B's maar die zijn niet echt ingesteld op toerisme. Meer wat voor blanke boeren en wit werkvolk. We strijken neer in een van die lodges genaamd Ramsay Lane. Het is er niet duur en we worden door een klein wit propje genaamd Nicolette naar de kamer begeleid.

Wat ook makkelijk is, we kunnen hier het avondeten nuttigen. Het wordt al snel duidelijk dat Gordon Ramsay alleen de achternaam met de lodge deelt en verder echt niets. Boerekos noemen ze dat hier. Veel, vet en extreem cholesterolvol. Doorzichtige plastic tafelkleden maken het af. Gezellig is anders, dus drinken we onze fles wijn op bij de huisbar. Daar is het ook al een en al droefenis. De plaatjes aan de wand zijn ingelijste puzzels. TV aan (cricket) en drie boeren aan de ene kant van de bar en een boer erachter. Mar bekijkt het eens van een afstandje

17 Januari: Wavecrest

De weg naar Wavecrest valt ons zeker niet tegen. Tussen Elliot en Ngobe rijden we door een prachtig berglandschap met laaghangende wolken.

Na Ngobe is de weg minder mooi maar het wegdek is zeer goed. We komen al snel achter waarom dat is. Er staat een groot bord langs de weg waarop staat dat dit de geboortestreek van Jacob Zuma is, de zittende president, die de corruptie tot in de finesses beheerst en het credo eigen volk eerst hoog in het vaandel heeft.

De laatste 35 kilometer vanaf Kentani naar Wavecrest aan de kust zijn nog niet aan de beurt geweest. Untarred noemen ze dat hier en we doen er een dik uur over. Uiteindelijk doemt de bestemming van vandaag, Wavecrest Beach Lodge, voor ons op.

We hebben niet gereserveerd, maar dat is geen probleem, het is hier uitgestorven. De kamers zijn redelijk, het uitzicht vanaf het terras adembenemend.

Omdat deze accommodatie zo afgelegen ligt is de verzorging volpension. Niet lang na aankomst wordt de lunch voor ons geserveerd. Drie gangen en ook nog een groot bord salades. We slaan het toetje maar over, het is gewoon teveel allemaal.

Na de lunch betrekt het weer. Er komen steeds meer wolken en het tij laat het strand gedeeltelijk verdwijnen. En dan ziet het er zo uit..

En ja hoor, ook het diner bestaat uit drie gangen. We eten niet alles op, willen niet tonnetje rond worden.......

Klik hier voor het vervolg, Wildcoast