19 Januari: Santa Elena

Na een werkelijk fantastisch ontbijt nemen we met weemoed afscheid van het Waldorf Astoria. Ok, het Waldorf is niet meer wat het is geweest, een Waldorf salad staat niet meer op de menukaart, maar het is nog steeds klasse.

We zijn ruim op tijd op de airport voor een korte, 1,5 uur durende vlucht naar Liberia in Costa Rica. Immigratie en douane verloopt vlot en vol verwachting komen we de aankomsthal in. Immers, we hebben een meet & greet met Europcar.

Dat wordt een teleurstelling, niks te Europcar. Een van de andere verhuurders belt "El gordo" (de dikke) voor ons. Puffend verschijnt die 10 minuten later om ons in het kantoortje te vertellen dat er (nog) geen auto beschikbaar is, Niente, nada, niks. Het gaat zeker nog twee uur duren. Erol, de dikke, blijkt een echte hufter te zijn. Bekijk het maar is zijn motto. Uiteindelijk drie uur en vele smoezen later stappen we in onze Toyota RAV4. We zijn er niet al te vrolijk van geworden.

De eerste 90 kilometer is de weg, de Panamericana, alleszins redelijk. Grote gaten, dat wel, maar we schieten lekker op. Tot na Las Juntas. Dan verandert alles en wordt het een grote hoop scherp gepunte stenen in plaats van een weg. Na 1,5 uur en met pijn in de rug en nieren hebben we de 27 kilometer naar onze eindbestemming overbrugd. We zijn in Santa Elena!

Het door de Lonely Planet opgehemelde Pension Santa Elena blijkt een tijdreis terug in de seventies te zijn. Hippies, backpackers, rastafari en verdwaalde pensionado's lopen hier vrolijk door elkaar heen. De kamers zijn very basic, het bed is gelukkig redelijk en er hangt een vreemde sokkenlucht in de kamer. Iedereen is wel erg vriendelijk en de sfeer is relaxed. Ach, weer eens wat anders zullen we maar zeggen.

20 Januari: Monte Verde

Het weer is hier erg vreemd voor een tropisch land. Dit lijkt meer op een Hollandse zomer, veel regen en temperaturen tegen de 20 graden. Hier in de bergen schijnt er 2 meter 60 aan regen per jaar te vallen. Maar als de zon er door piept zien we vanaf het balkon een prachtige regenboog.

 

Santa Elena is een soort Volendam in de bergen. Het tropisch regenwoud trekt enorm veel toeristen en de authenticiteit is ver te zoeken. Als je hier bent dan moet je naar een van de twee reserves. Wij kiezen voor het Monte Verde reserve, een kilometer of vijf door de blubber bergopwaarts. We gaan een wandeling door de nevel doen van uiteindelijk een kleine drie uur.

Direct aan het begin staat een groep met gids en een boel verrekijkers. Er blijkt een (wijfje) Quetzal in de boom  te zitten en dat schijnt iets bijzonders te zijn.

Het is hier behoorlijk groen en dicht bebost. Veel andere vogels zien we niet, we horen ze wel. Vanwege de nevel hebben we de Nikon thuis gelaten en de onderwatercamera meegenomen. Dat levert minder kwaliteit plaatjes op, maar beter dat dan een Nikon die het straks niet meer doet.

Veel mooie bloemen onderweg.

En groene planten, het is tenslotte regenwoud.

Foto's van de nevel komen niet echt over, maar geloof ons maar, het is net of er steeds iemand met een plantenspuit achter je aan loopt.  

De kabouter was helaas net niet thuis toen we al glibberend voorbij kwamen. 

Maar de kabouter onder de vogels, de kolibri, zien we wel.  

Ze hebben kennelijk allemaal ADHD en zitten bijna geen moment stil..... 

Deze dan gelukkig wel.

Na dit geweld verlaten we het reservaat. Het is mooi geweest. Mar is nog een keer lelijk uitgeleden in de blubber en ziet er uit als Pieter smeerpoets.

De middag gebruiken we om in een waterig zonnetje een boek te lezen en wat aan de website te doen. Morgen gaan we richting La Fortuna.

Klik hier voor het vervolg, Heliconia