Provincie Murcia, Costa Cálida

De kust van de provincie Murcia heet de Costa Cálida en strekt zich uit over zo'n 250 kilometer, van Águilas in het zuiden, vlak bij de grens met de provincie Almería, tot aan het strand van El Mojón in het noorden, aan de grens met Alicante. De kuststrook heeft 315 dagen per jaar zon met een gemiddelde temperatuur van 17°C. Hieronder het grootste deel van de Costa Cálida op plattegrond.

De Mar Menor

Tegen de kust ligt een grote lagune, de Mar Menor (kleine zee). Het is hier op zijn diepst 7 meter en heeft een oppervlakte van 170 vierkante kilometer. Vandaar de bijnaam het grootste zwembad ter wereld.
De Mar Menor is afgescheiden van de Middellandse Zee door een smalle landtong van 22 kilometer lang, La Manga del Mar Menor. Hieronder een satellietfoto.

De landkust van de Mar Menor van Noord naar Zuid

In het uiterste noorden ligt het Parque Regional de las Salinas y Arenales de San Pedro del Pinatar. een hele mondvol en tevens het belangrijkste wetland van de regio Murcia. Elk jaar aan het einde van de zomer komen grote zwermen roze flamingo's foerageren, op weg naar het noorden van het Afrika.
De bijna 900 hectaren van het park omvatten enerzijds een zone met beperkte toegang voor o.a. voor industrieel gebruik en anderzijds een publiek gedeelte.het niet toegangkelijke deel bestaant uit een complex netwerk van plassen, zoutpannen en bassins waar zich tal van vogelsoorten schuilhouden. Deze zoutpannen werden reeds geëxploiteerd door de Romeinen en ook nu wordt er nog zout gewonnen.
Het gedeelte met openbare toegang bestaat uit dennenbossen, duinen en zandstranden, zoals het strand Playa de la Llana.

 


De badplaats San Pedro del Pinatar grenst aan het park. Hier zijn de beste openluchtmodderbaden van heel Europa. Tegen San Pedro aan ligt Lo Pagán en vandaar kom je langs de oever van de Mar Menor bij Santiago de la Ribera, waar de Academia General del Aire (luchtvaartacademie) is.
Onder Santiago de la Ribera ligt het Murcia-San Javier vliegveld, dat deels een militair- en deels een burgervliegveld is. Voordeel van het militaire is dat de overal op de Spaanse costa's aanwezige hoogbouw hier uit den boze is.

Na het vliegveld kom je in een mooi natuurgebied met een houten boardwalk die uitkomt in het foeilelijke Los Narejos, een Spaanse "urbanisation". Daar verblijven voornamelijk in de zomermaanden hordes Engelsen en Madrilenen.
Vlak na het einde van de boardwalk begint ook een 5 kilometer lange boulevard waar je in de zomer lekker kunt terrassen bij de talloze chiringuito's (strandtenten) die aan en op het strand zijn gebouwd.

Al lopend op de boulevard gaat Los Narejos naadloos over in Los Alcázares. Dit oude stadje werd verkozen door de Arabische koningen voor hun zomerpaleizen.

Het Hotel de la Encarnación, waar de sfeer van begin XXe eeuw nog perfect bewaard is gebleven, biedt een aangename gelegenheid om zich te laten verwennen met een warm bad met water uit de Mar Menor in een van de zeer antieke marmeren kuipen. Het hotel/pension heeft een fijn restaurant met terras aan zee en een schitterende patio waar regelmatig bruiloften en partijen worden gevierd.

Deze hele zone is bekend om zijn badhuizen, gebouwd uit hout en kleurrijk geschilderd, met lange vlonders die de zee in lopen. Daarop de hokjes die tot nog niet zo heel lang geleden dienst deden als kleedhuisjes.

Het gebouw van de "Club Nautico", behorend bij de jachthaven van Los Alcázares, past naadloos in dit decor.

Verder afzakkend langs de kust kom je afwisselend villawijken en kleine vissersdorpjes tegen met namen als Punta Brava, El Carmolí, Los Urrutias, Estrella de Mar, Los Nietos, Mar de Cristal, Islas Menores en Playa Honda. Van oudsher vormen ze de belangrijkste uitwijkplaatsen voor de bevolking uit de binnenlanden van de provincie, om er de zomer door te brengen. Velen hebben hier al generaties lang een huisje aan een van de boulevards.

Cabo de Palos

Voorbij Playa Honda buigt de weg noordwaarts af naar La Manga. Je kunt ook de afslag nemen naar het meest oostelijkste puntje van de provincie Murcia, Cabo de Palos. Dit is/was een vissersdorp met een gezellige haven, boordevol restaurantjes. Vanaf de haven kan je nog een half uurtje lopen langs een rotsachtige kust aan de ene kant en een zandstrand aan de andere kant tot je aan de Middellandse Zee komt.

Op een heuvel staat de vuurtoren van het dorp, gebouwd midden XIX eeuw. Vanaf hier een fraai uitzicht over de hele landtong van La Manga. De foto eronder is gemaakt vanaf de vuurtoren richting La Manga.

La Manga (del Mar Menor)

Aan de oostkant wordt de Mar Menor afgesloten door La Manga (de strip) waar je van alles kunt vinden: Golfbanen, een casino, de jachthaven Tomás Maestre met meer dan 1000 ligplaatsen, giga hotels en in de zomer het nachtleven in de zone rond de Plaza Bohemia en El Zoco.
Verderop het noordeinde van de landtong van La Manga over de brug van Tomás Maestre, kom je in de Veneziola, een zone van kanalen en geulen die de verbinding vormt tussen binnenzee en buitenwater. Van hieruit zijn de rietvelden te zien, waar de wateren van beide zeeën elkaar ontmoeten, en verderop, de zoutpannen van San Pedro.

Op La Manga kan je uit twee zeeën kiezen; aan de rechterkant van onderstaande foto zijn er de warme kalme wateren van de Mar Menor, bij Cala del Pino, EI Galán of EI Pedruchillo, en aan de linker kant de Middellandse Zee, met stranden als Punta del Estacio, Ensenada del Esparto of Galua. Zie onderstaande foto met linksboven in de verte de vuurtoren van Cabo de Palos.

Het achterland en Cartagena

Van Cabo de Palos verandert de zuidkust in een aaneenschakeling van kliffen en steile rotswanden van bijzondere schoonheid, eenzame baaitjes met azuurblauwe wateren, die slechts toegankelijk zijn over zee of via kleine berg paadjes. Dit is het Parque de Calblanque, Monte de las Cenizas y Peña del Águila, een zone langs de zee waar het oorspronkelijke natuurschoon nog bijna onaangetast is. De ingang van het park ligt even voor het dorp Los Belones.

Vanuit Los Belones loopt een weg naar Los Corralones die leidt naar Cabezo de la Fuente, een uitkijktoren van waaruit je van 342 meter boven zeeniveau een geweldig uitzicht hebt over de Mar Menor. Verder zuidwaarts La Manga Club vakantiecomplex met verschillende golfbanen, tennisbanen, vijf sterren hotel etc.
Bij de uitgang ervan een door dennenbomen overschaduwde weg door een prachtig landschap naar Portmán, de Romeinse Portus Magnus. Een leuke piepkleine haven en een zwart strandje met een koffiebarretje.

Van Portmán kan je naar La Unión, de "hoofdstad" van het mijngebergte, Sierra Minera, waar Carthagers en Romeinen tonnen en tonnen ijzer en andere mineralen dolven, die vanuit Portmán werden vervoerd naar alle uithoeken van het Romeinse Rijk.
De andere kant op kan je binnendoor dwars door het Calblanque park over een onverharde weg naar Llano del Beal. Ons huis is 3 kilometer daar vandaan vlakbij de vroegere mijn "Las Matildes". De rode pijl geeft aan waar het dakterras van het gastenhuis is. In de verte ligt El Algar.

Achter ons huis staat een bezoekerscentrum van de oude, niet meer in gebruik zijnde mijn Las Matildes. Ze hebben een Spaanstalige website.

Van ons huis is het 12 kilometer/minuten rijden naar Cartagena. Aan de oostkant van de stad ligt een bergje met daarbovenop een klooster en kerkje, Ermita de Monte Calvario. De weg er naar toe is stijl en bochtig.

 

Eenmaal bovenop heb je een schitterend uitzicht. In de verte zie je Cartagena liggen.

 

Op de voorgrond de grote begraafplaats van de stad. 

 

Op de kade van de imposante haven van Cartagena staat het standbeeld "El Zulo" (de schuilplaats) van Victor Ochoa. Het is gemaakt na de aanslagen in 2003 in Madrid en beeld een gijzelaar uit.

Cartagena is een meer dan drieduizend jaar oude havenstad waar men volop bezig is met opgravingen en restaureren van gebouwen. Een voorbeeld is het recentelijk ontdekte Romeins theater, een afspiegeling van het rijke verleden. 

Cartagena is ook een stad die ruim is van opzet met brede boulevards zoals hier de Alameda de San Antón waaraan o.m. een filiaal zit van de "Spaanse Bijenkorf", El Corte Ingles en die uitkomt op de Paseo Alfonso XIII.

Ten westen van Cartagena is het natuurgebied van de Sierra de Muela die doorloopt tot aan de druk bezochte badplaats Puerto de Mazzaron. Op een van de hoogste punten liggen de oude verdedigingswerken van Cabo Tinoso. De weg er naar toe loopt via een dorpje dat geheel omsloten is door een vallei, vandaar de naam Campillo de Adentro.

Klik hier om terug te gaan naar het hoofdmenu